Spiegeltje, spiegeltje

Elke nieuwe technologie brengt cultuur voort. Dat is ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur en alles daar tussenin. Die cultuur schept vervolgens voor -en tegenstanders en alles daar tussenin. Dit gaat ook op voor het social web en de steeds belangrijker wordende rol van dat web in ons leven. Voorstanders zien in het social web de democratiserende en emancipatoire eigenschappen. De tegenstanders beklagen zich juist over het oppervlakkige karakter van digitale communicatie. Maar is dat de schuld van de technologie?

Objectief gesproken, of je het nu leuk vindt of niet, heeft internet inderdaad twee revolutionaire eigenschappen:

1. Iedereen kan publiceren
2. Digitale content is tot in het oneindige kopieerbaar en daarmee voor iedereen makkelijk toegankelijk.

Iedereen met een computer en toegang tot het internet kan in een handomdraai een blog opzetten en in potentie wereldberoemd worden. Hij of zij maakt en plaatst foto’s, filmpjes, of muziek en schrijft. Of het nu diep doordachte blogposts zijn, of gevatte oneliners op Facebook of Twitter. Of het nu hoogstaande literatuur is, of amateurkunst, iedereen kan en mag het doen en daarmee vergroot het web onze individuele vrijheid.

Consumaken
Een andere unieke eigenschap van internet is de toegankelijkheid van de content die het draagt. Digitale content is tot in het oneindige kopieerbaar en leent zich perfect voor hergebruik. Op het internet wemelt het van de voorbeelden waarin oude content geremixed wordt tot een nieuw artistiek of politiek artefact. Dat remixen gebeurt met behulp van content die afkomstig is van de oude media, zoals radio en televisie. Media, die van ons passieve consumenten maakten. Het internet voorziet ons van de tools waarmee we zelf aan het scheppen slaan en consumeren overgaat in ‘consumaken’. De user-generated-content die daar uit voortkomt is op zichzelf niet vernieuwend. Maar het feit dat het kan is een vooruitgang, vindt ook Larry Lessig, een bekende advocaat gespecialiseerd in het internet:

Read-write cultuur
Met de tools op het web overstijgen we dus de zogenaamde read-only cultuur, waarin de mens op passieve wijze content tot zich neemt. De term read-only cultuur ontstond met de opkomst van zendende massamedia zoals radio en televisie. Het tegenovergestelde is een read-write cultuur, waarin de consument beschikking heeft over een medium en daar zelf actief iets mee maakt. Die actieve houding manifesteert zich ook in de sociale dimensie van het web. Mijn aanwezigheid op social networks als Facebook en Twitter doen een beroep op mijn actieve taalgebruik. Ik mag dan wel geen lange brieven op papier meer schrijven, maar ik gebruik de taal wel voor mijn aanwezigheid op het web. Daarnaast geeft het web ook antwoord en dat doet het razendsnel. Mijn online uitingen zijn dus niet vrijblijvend, maar gaan gepaard met reacties die mij in mijn narcisme bevestigen, of juist uitdagen en aan het denken zetten.

(…) wie heeft er de meeste vrienden vh land?

Praten met consumptie
Althans, in theorie is dat zo. Critici van de e-cultuur zien dat anders. Zij constateren eerder de vervlakkende eigenschappen van het (sociale) web. Weliswaar blijven de technologische mogelijkheden om connected te zijn toenemen, maar de kwaliteit van dat contact wordt steeds oppervlakkiger. Zo besluit Colin Horgan in een artikel in The Guardian zijn betoog met de (vrij vertaalde) woorden: “Informatietechnologie maakt ons net zo oppervlakkig als de informatie waar we met behulp van die technologie toegang toe hebben.” Daaraan voorafgaand stelt hij dat we niet zozeer communiceren met anderen via het sociaal web, maar dat we vooral onszelf gereflecteerd zien.

Die kritiek impliceert dat een fysieke ontmoeting tussen twee mensen, in tegenstelling tot virtuele interactie, per definitie wel leidt tot ‘echt contact’. Maar is dat wel zo? In hoeverre is de fysieke ander waarmee we dagelijks in contact komen niet net zo goed een spiegel waarin we louter onszelf terug zien? En wat bepaalt de kwaliteit van intermenselijk contact? Is dat de mate waarin ik iemand kan ruiken, of voel hoe hij of zij ‘met consumptie’ praat, terwijl de ander zijn mening uit? Of gaat het om de inhoud en bepaalt mijn eigen bereidheid tot nadenken en zelfreflectie de kwaliteit van de conversatie?

Spiegeltje, spiegeltje…
Critici van de screencultuur vergeten deze vraag te stellen en isoleren de manier waarop we ons online manifesteren van de manier waarop we dat in het ‘echte leven’ doen. Wie in de kantine liever over voetbal praat dan over de kabinetsformatie, zal op Facebook ook eerder fan worden van de Voetbal International, dan van Vrij Nederland. En dan heb je ook nog van die types die fan zijn van allebei. De manier waarop we ons verhouden tot technologie is altijd verbonden aan sociale en emotionele gedragspatronen. De manier waarop ik mij online manifesteer komt voort uit de manier waarop ik mij tot mensen verhoud.
De hamvraag is dus: maakt het internet ons oppervlakkiger, of komen we er door dat internet achter hoe oppervlakkig we altijd al waren? Als dat laatste waar is, kan het web wel eens de ultieme spiegel van de mensheid en de maatschappij blijken. Verandering begint hoe dan ook altijd met een blik in de spiegel.

Verspreid het woord:

Er zijn 2 reacties

  1. Marita

    Ik schaar me achter de gedachte dat we door internet in gaan zien dat we wellicht oppervlakkiger blijken dan we dachten. De “ultieme spiegel” kan ongegeneerd zijn werk doen dankzij de impulserende kracht van internet. We denken na te denken over wat we doen op internet maar in wezen volgen we onze hartjes op een misschien wel intuïtievere wijze dan in een voetbalkantine. Dat neigt dan toch naar meer diepgang zou ik denken.
    Complimenten Kitty voor je scherpzinnige kijk op het virtuele leven!

    1. Kitty

      Dankjewel voor je complimenten Marita. En wat je zegt over diepgang bewijst weer dat bedachtzame interactie op internet zich net zo makkelijk manifesteert, als een goed gesprek op een luidruchtig feetsje:-)

Ik hou van dialoog!