Selfie: Puberdagboek

selfie puberdagboek

Dreams for Youngs. + onzin…

Sinds twee weken begin ik mijn dag met het schrijven van een selfie. Ik doe dat aan de hand van een onalledaagse vraag, de ‘vraag van de dag’. Lees hier mijn antwoord op de vraag van 15 februari 2017:

Van welke passages in je puberdagboek krijg je nu het schaamrood op je kaken?

Waar zat ik met mijn hoofd, toen ik deze vraag bedacht? Wil ik dat wel delen met de inmiddels 90 mensen die zijn geabonneerd op Selfies Schrijven? En met de rest van de wereld, want ja, internet enzo.

Of moet ik het allemaal niet zo serieus nemen? En alles wat ik hierover ga zeggen gewoon relativeren met de woorden: ik was écht heel jong en écht heel onwetend!

Als ik mijn dagboek teruglees van toen ik een jaar of vijftien, zestien was ben ik niet erg onder de indruk van het literaire gehalte ervan. Niks in die teksten verraad ook maar een spatje diepgang. Of iets van betrokkenheid bij iets anders dan, jawel jawel, mijn eigen liefdesleven.

Zo schreef ik op een dag, waarschijnlijk ergens rond mijn 15e:

“Ik wil verliefd zijn! En dan, als ik een week of twee verliefd ben dan wil ik verkering krijgen met die gozer. En dan blijkt het een eikel te zijn en dan kom ik tot mijn 18e geen leuke gozer meer tegen, totdat ik Jacob ontmoet, de Ware. Een hele leuke jongen, waarmee ik dan verkering krijg en dan wordt het steeds serieuzer en als ik dan op mijn 20e per ongeluk zwanger ben hou ik op met mijn studie en word ik huisvrouw.” 

Die zwarte humor-toon waarop ik soms schrijf, word ik ook niet per sé vrolijk van. Mijn teksten verraden ook geen enkel medelijden met de verscheidene manspersonen waarover ik schreef. Zo had ik een blauwe maandag een beetje verkering met ene T. Hierover schreef ik:

“Maar goed, iets anders, het is uit met Rik. De 22e al. We hadden het dus allebei uitgemaakt. Die zaterdag, nog voor 22 februari, heb ik een jongen gehad. (“gehad” was toen, in 1992, jargon voor getongzoend). Hij was toen heel leuk. (het woordje ‘toen’ impliceert al dat ik hem binnen no time niet meer leuk vond.) Lang haar. (daar viel ik op.) Laarzen. (daar viel ik blijkbaar ook op.) Leuke kleren, enz. (merk op dat al deze dingen puur over zijn uiterlijk gaan.)

Die zondag daarop had ik met hem afgesproken op het station en toen zijn we gaan poolen. Toen was het “aan”. Ik werd gelijk meegesleept naar zijn ouders en heb toen meegegeten. Hij woont in Velp. In een heel groot huis. Maar om een lang verhaal kort te maken: toen hij op wintersport ging merkte ik dat ik toch niet zo verliefd was en toen heb ik het afgelopen maandag uitgemaakt.

Maar nu. Nu komt het.
Ik ben nog steeds verliefd op Jeroen.
(Huh? Jeroen? En Rik dan?)
Ik heb hem nu een brief geschreven waarin staat dat ik hem nog een keer wil zien, bla bla bla. Ik heb er een stop-hoest bijgedaan. Lekker symbolisch is dat.
(blijkbaar was er iets aan de hand met een stop-hoest snoepje). Ik ga hem nu op de bus doen en ik ben zo weer terug. Doei.”

Geen woord verder over T. Arme T.

Vanaf een bepaald moment in het dagboek begin ik een lijstje aan te leggen van jongens met wie ik heb gezoend. Ik deed dat volgens een zeker rating systeem. Dat kon er dan zo uitzien:

“Hoi. Tis een saaie zondag vandaag. Ten eerste ben ik vergeten iets af te handelen. Namelijk: nummer 5:

Y.
Verliefdheidsduur: 15 seconden
Verliefdheidsgraad: 10 %
Bijzonderheden:
– Rijdt op een zeer dure brommer, die hij regelmatig in de prak rijdt en er vervolgens steeds weer levend vanaf komt.
– blowt
– zeer rijk
– heeft een vriendin

En soms deed ik ineens heel mysterieus:

Nummer 8: E.
E. Kun je wel de klap op de vuurpijl noemen. Leeftijd zal ik niet noemen. Echt een te gekke ervaring zal ik maar zeggen. Ik zeg gewoon maar niks meer hierover, dit zal ik nooit vergeten.

Wel dus. Ik heb geen idee over wie en wat dit gaat. Bizar, hoe het geheugen werkt. Ik had meer van mezelf verwacht. En zo had ik wel meer van dit soort verhalen. Ik zal maar niet zeggen bij welk getal dit rating systeem eindigt. En het dagboek begon nog wel zo onschuldig. Kijk maar:

selfie puberdagboek
Naast het beperkte aantal thema’s – “wat we aten vandaag” tussen mijn 11e en ongeveer mijn 14e en “Jongens, liefde en tongzoenen”, vanaf mijn 14e tot aan het einde van het dagboek – zie ik mezelf ook al zo verschrikkelijk bewust zijn van mezelf. Zo schrijf ik middenin een verhaal over, jawel jawel, een of andere jongen, ineens:

“Wat moet ik nou doen? Zeg het me! Oh nee, je kan niet praten. Tegen wie heb ik het eigenlijk? Volgens mij loop ik hier een beetje mijn gevoelens te uiten. M’n gevoelens? Toch geen gevoelens voor Rik hoop ik. Van harte dus. Kut.”

En ergens anders, na het opschrijven van een hopeloos mislukt gedicht, schrijf ik:

“Maar goed, lief levenloos stuk karton met wat papiertjes ertussen. Ik stop maar weer eens spontaan. Do you mind? Great! Ga ik nu eten.”

 Wat ik wel grappig vind om te zien is dat ik op verscheidene plekken in het dagboek een zeker gevoel voor ironie (soms ook botweg sarcasme) tentoonspreid. Het is een bepaald soort ironie waar ik nu nog steeds wel van hou. Zie bijvoorbeeld de allereerste pagina van mijn dagboek. De binnenkant van de cover eigenlijk:

 

Of deze opmerking, nadat ik stopte met schrijven vanwege gebrek aan inspiratie, en een minuut later vervolg met:

“Er is een minuut verstreken en ik heb weer inspiratie. Ik ben namelijk tot de schokkende ontdekking gekomen dat mijn goudvis, Erasmus, geen zwart vlekje meer heeft.” 

Helemaal aan het einde van het dagboek zie ik gelukkig wel het gevolg van een zekere ontwikkeling in mijn emotionele intelligentie. Zie deze passage in een verhaal over een vriend die mij tijdens een dronken avondje in de kroeg confronteerde met mijn gedrag:

“..Maar toch, ook een moeilijk moment. Alle spanningen en gevoelens van klem gezet zijn. Dat is altijd moeilijk, een moment waarop voor lange tijd opgekropte emoties er in één keer uitkomen. Eerst heb je de huilbui, maar daarna ben je min of meer geforceerd om er mee om te gaan, of eraan te werken.”

Is het dan toch nog goedgekomen met me?

Doe je mee met mijn ochtendritueel? Schrijf je dan hier in en ontvang elke werkdag stipt om 7:00 uur  de ‘vraag van de dag’.

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!