Selfie: Politiek

selfie politiek

Beeld: Wikimedia

Elke werkdag begin ik mijn dag met het schrijven van een selfie. Ik doe dat aan de hand van een onalledaagse vraag, de ‘vraag van de dag’. Lees hier mijn antwoord op de vraag van 14 maart 2017: 

Welke persoonlijke belangen vind jij moeilijk om los te laten, als het gaat om het dienen van het grotere belang?

Ik ben dus nooit zo bijster geïnteresseerd geweest in politiek met een grote P. De eerste keer dat ik mocht stemmen was ik nog zo ontzettend onwetend en meningloos, dat ik heb gestemd op de partij die mijn moeder me adviseerde.

Vier jaar laten was ik al iets beter geïnformeerd. Of nou ja, laat ik het zo zeggen, ik was me iets bewuster van de verschillende visies op de perfecte samenleving, en ik wist iets beter in wat voor soort fictieve wereld ikzelf het liefst wilde leven.

Want politiek is ook een beetje fictie toch? Het lezen van verkiezingsprogramma’s is niet zo heel veel anders dan het lezen van een goed boek, het werkt alleen als je er ook een beetje suspension of disbelief bij toepast. Een partij schetst een gedetailleerd beeld van de samenleving die ze voor zich zien. Als dat dan strookt met mijn wereldbeeld, zie ik mezelf helemaal opveren in mijn stoel, blijer en blijer worden, een beetje zoals dat gaat in de film, wanneer de held het aan het winnen is van de bad guys, of wanneer een vrouwelijke hoofdrolspeelster het hart van haar mannelijke tegenspeler verovert. Wanneer alles, kortom, toch nog goed komt. En dat komt het, wanneer de partij waarop ik wil stemmen aan de macht komt en alles gaat doen wat ze van plan waren in hun programma.

Wat ze dus niet kunnen. En waardoor alles dus niet goed komt. Dat kan ook helemaal niet. Het leven is messy. Mensen zijn messy. Mensen die samenleven zijn messy. Hoe goed we het allemaal ook bedoelen. Dat is misschien wel het allerbelangrijkste punt om voor ogen te houden, wanneer je je persoonlijke belangen moet gaan afwegen tegen de belangen van het grotere geheel. Dat mensen ondanks alle overeenkomsten toch ook wel heel verschillend zijn in hun behoeften en dat het samenleven dus altijd gepaard zal blijven gaan met gedoe.

Hoewel ik inmiddels redelijk bewust het stemhokje in ga, vind ik het nog steeds lastig om te overzien hoe die landelijke politiek mijn persoonlijke leven zou kunnen beïnvloeden. Op een wat kleiner niveau ondervind ik wel bijna dagelijks hoe belangrijk het is dat je je eigen welzijn of comfort niet constant voorop zet in het maken van keuzes. Ik woon namelijk in een wooncollectief. Dat is hetzelfde als een gezin, maar dan comlpeet anders.

Dit betreft dus een groep van 43 volwassenen die zijn onderverdeeld in meerdere kleinere woongroepen, waar keuken, douche, toilet en een hoop lief en leed gedeeld worden.

Als collectief zijn we verantwoordelijk voor een deel van het onderhoud van de drie mega grote en oude panden waarin we wonen. Dat vraagt om enige vorm van organisatie en een besluitvormingssysteem. In ons geval is dat: consensus.

En dat is heel fascinerend. Consensus komt er heel kort gezegd op neer dat je door moet blijven lullen totdat iedereen het met elkaar eens is. Je zou denken: maar dan duurt het met sommige onderwerpen wel jaren voordat er een keer iets besloten wordt! Nou, dat is dus ook zo.

Toch is er in al die meer dan 30 jaar dat dit collectief bestaat nooit overwogen om het recht van de meerderheid te hanteren. Het idee daarachter is eigenlijk ook wel heel logisch. Stel: iemand komt op het idee om het grootste deel van onze prachtige kloostertuin om te bouwen tot motorcrossbaan en het voorstel krijgt een meerderheid van 22, tegen 21. Dan heb je dus 22 blije mensen in je woongemeenschap en 21 hele boze, gefrustreerde en wrokkige zielen. Dat moeten we niet willen.

Maar die consensus vraagt dus wel constant van je dat je goed moet nadenken over waarom je ergens op tegen bent en of dat opweegt tegen de voordelen die een bepaald besluit voor de groep als geheel oplevert.

Laatst moest er een boom omgezaagd worden, waarvan de toppen reikten tot de ramen van mijn zolderkamer. En wiens takken de perfecte beschutting boden tegen de oranje-rode daken en flats in de achterliggende wijk. De boom stond te dicht op het pand, waardoor er op langere termijn problemen zouden kunnen ontstaan met de fundering. (of zoiets..) Het idee dat die boom weg zou gaan wekte best wel een heftige emotionele reactie bij me op. Technisch gesproken zou ik in dit geval mijn vetorecht kunnen doen gelden. Immers: iedereen moet het ermee eens zijn dat die boom omgaat. Maar goed, dat doe je natuurlijk niet. Ik niet althans.

Nog een niveautje kleiner leven mijn directe huisgenoten en ik natuurlijk ook in een soort consensus model. Er gebeuren geen dingen die voor 1 of meerdere personen onacceptabel zijn, maar de manier waarop we samenleven is voor niemand 100 procent ideaal. Er worden een hoop concessies gedaan. Zo ben ik als rasneuroot op het gebied van rondslingerende items lang niet altijd tevreden over hoe ik de keuken of de hal van ons huis aantref. Soms ken ik dan heel veel gewicht toe aan die emotie en stuur ik een zeik-appje in onze gedeelde whatsappgroep met de naam Lief en Leed(vermaak). Maar heel vaak stap ik ook heen over de irritatie en verzucht ik voor de zoveelste keer: ik ben dankbaar voor wat er allemaal wel goed gaat.

Call me nuts, call me crazy, stichtelijk of gewoon slecht geïnformeerd en simplistisch, maar zou dat in het groot niet ook heel goed werken?

Doe je mee met mijn ochtendritueel? Schrijf je dan hier in en ontvang elke werkdag stipt om 7:00 uur  de ‘vraag van de dag’. 

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!