Selfie: Emancipatie

selfie emancipatie

Beeld: Wikimedia

Sinds twee weken begin ik mijn dag met het schrijven van een selfie. Ik doe dat aan de hand van een onalledaagse vraag, de ‘vraag van de dag’. Lees hier mijn antwoord op de vraag van 9 maart 2017: 

Op welke manier ben je een feminist?

Mijn moeder heeft in mijn beleving, in elk geval vanaf het moment dat ik dingen begon te onthouden, altijd al gewerkt. Weliswaar in deeltijd, maar dat maakt niet uit. Ze had werk en dat was heel vanzelfsprekend voor me.

Heel lang heb ik daardoor (en echt ook alleen maar daardoor) in de veronderstelling geleefd dat feminisme iets was uit de jaren zestig en dat het verder niets met mij te maken had. Een beetje hetzelfde als dat de hypotheekaftrek alleen relevant is voor andere mensen.

Ik heb het ook echt wel hardop en in volle overtuiging geroepen: nee joh, ik heb niks met feminisme! En ik weet ook nog dat ik daar een vleugje trots of misschien zelfs arrogantie bij voelde, alsof het mijn eigen verdienste was dat ik ‘het feminisme’ niet nodig had. Er staat mij toch niks in de weg? Ik mag toch stemmen? En studeren? En werken? What’s the big deal?

Ik kan me nog goed herinneren dat dit veranderde toen ik er op een dag, ik was ergens begin dertig, achter kwam hoeveel meer mijn mannelijke collega verdiende in exact dezelfde functie. Hij murmelde toen wel iets van: ja maar, ik heb mijn loon meegenomen uit mijn vorige baan bij een veel commerciëler bedrijf, en daar op kunnen onderhandelen. Dat klonk aannemelijk. Maar toch. Ik was een beetje van mijn à propos.

Ik had ondertussen natuurlijk ook weleens gehoord van het glazen plafond. En dat dit toch echt geen fictie was. Nu wemelt het in mijn netwerk niet van vrouwen met ambities in bedrijfstakken waar dit glazen plafond een ding is. Maar toch, ik las er wel over. En ik dacht toch: ja, feminisme. Hmmm. Misschien zit ik er met mijn ‘feminisme is sóóó sixties toch een beetje naast.

Een reality check van iets groter formaat kwam vorig jaar, tijdens het halve jaar dat ik heb gewerkt op de communicatie afdeling van goede doelen organisatie Free Press Unlimited. Ik had een artikel geschreven over een groep jonge vrouwen uit Zambia, die een korte journalistieke training hadden gevolgd en daardoor een giant leap konden maken in hun ontwikkeling. Ze leerden allerlei digitale basisvaardigheden, maakten elk 16 journalistieke producties en als eerste vrouwen in hun community konden ze een substantiële rol spelen in het aan de kaak stellen van de problemen die er spelen in hun land.

Wauw! Ik had die tekst dus geschreven, plaatste ook berichten op Facebook en Twitter en pinkte zomaar een traantje weg. Dat verraste me. Het was eigenlijk voor het eerst dat ik een soort empathie voelde met mijn gender genoten. En ik besefte: ik zit verdorie an toe in een mega bevoorrechte positie, waarin mijn achter gesteldheid zich beperkt tot een paar honderd euro minder salaris dan een mannelijke collega.

En toch…..

Die ontroering ten spijt, merk ik dat ik in het schrijven van dit stukje dat ik het niet zo goed weet. Niet voor niets staat het ding al meer dan een week te wachten om gepubliceerd te worden. Maar ik vind steeds dat het niet af is. Dat het niet klopt. 

Dat terwijl ik dacht dat ik hier allerlei ideeën over had. Maar alles wat ik schrijf (en ook weer heb geschrapt) voelt geforceerd. Niet vanuit een werkelijke ervaring. Of juist wel, maar als ik daar dan conclusies over wil trekken, denk ik ook gelijk: maar dit is alleen maar mijn ervaring. Het is bijna alsof ik bang ben om me vanuit een gut feeling uit te spreken. Alsof alles wat ik hierover zeg moet zijn aangetoond op basis van grootschalig kwalitatief en kwantitatief wetenschappelijk onderzoek.

Ik denk dan aan mijn observaties op de werkvloer, waar ik vrouwen heb meegemaakt die zich, om zich staande te houden, het afstandelijke en autoritaire gedrag van wat wij ‘mannetjes’ noemen imiteren. En waarvan ik dan dacht: huh, ik wist niet dat vrouwen zich ook zo konden gedragen. Maar ja, misschien ben ik wel een veel te gevoelige miep, denk ik dan gelijk. Bovendien lijkt het dan net alsof ik zeg dat geëmancipeerde vrouwen het slechte gedrag van mannen moeten compenseren, door het tegenovergestelde te doen. Dat veronderstelt ten eerste dat er een hele strikte scheiding bestaat tussen mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. En dat is volgens mij niet zo. Maar ook dat alleen mannen slechte eigenschappen bezitten. En, uhm, dat is natuurlijk ook niet zo.

Ik verschuil me voor nu dan ook maar achter de constatering: het is ingewikkeld.

Misschien is het ware feminisme veel groter dan alleen maar de verhouding man-vrouw en de mate van gelijkheid en loop ik daarom vast. Misschien gaat het veel meer over hoe we überhaupt als mensen met elkaar willen omgaan. En wat we elkaar gunnen. En de grote vraag die er nog onder ligt: hebben we allemaal evenveel recht op geluk?

Doe je mee met mijn ochtendritueel? Schrijf je dan hier in en ontvang elke werkdag stipt om 7:00 uur  de ‘vraag van de dag’

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!