Selfie: Beroemd

Sinds twee weken begin ik mijn dag met het schrijven van een selfie. Ik doe dat aan de hand van een onalledaagse vraag, de ‘vraag van de dag’. Lees hier mijn antwoord op de vraag van 21 februari 2017: 

Vanwege welke verdienste zou je beroemd willen zijn?

Er was een periode in mijn leven dat ik in mijn fantasie regelmatig te gast was bij Hanneke Groenteman, in het programma de Plantage. Die lekkere lome talkshow over kunst en cultuur, uit een tijd dat alle mensen nog een televisietoestel hadden, die op gezette tijden werd aangezet.

In die fantasie was Hanneke een groot fan mij. Als schrijver. Ik heb verder geen idee wat voor soort boek ik dan had geschreven, waardoor ze zo enthousiast was over me. Maar in mijn verbeelding vond ze me echt mateloos interessant. Ze zag iets in me en vooral dat was belangrijk. Als er niemand thuis was, en ik zat aan de keukentafel te ontbijten, dan fluisterde ik weleens hardop een vraag die Hanneke me dan zou kunnen stellen. Waarop ik ontstak in een never ending monoloog. Ik kan alleen maar hopen dat er al die keren echt niemand thuis was en dat niemand me toen heeft gehoord.

Aan het einde van datzelfde decennium, ook wel de geschiedenis ingegaan als mijn twintiger jaren, deed ik mee aan een esssaywedstrijd van de NRC Next. Het thema van de wedstrijd was: macht en onmacht. Ik dacht: dit is misschien het begin van mijn eeuwige roem als essayist! Naarstig begon ik met schrijven. Dat pakte ik gedegen aan. Ik ging me eerst verdiepen in de do’s and don’ts bij het schrijven van een essay. Vervolgens maakte ik een opzet van mijn gedachtegang, voordat ik begon aan de eerste twintig verschillende versies van mijn betoog. Ruim voor de deadline leverde ik iets in waar ik best wel tevreden over was. Een week of wat later ontving ik bericht van de redactie: uw inzending is geselecteerd voor de shortlist. Woehaaaaaa!!! Ging het toen. Ik ben echt niet zo overdreven expressief aangelegd, maar ik stond echt te gillen. Daarna sprong ik een paar gaten in het plafond van mijn arbeiderswoninkje in Klarendal.

Het bericht bevatte ook een uitnodiging voor de prijsuitreiking, in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Samen met een vriend en twee klotsende oksels ging ik erheen. Wat nou als ik heb gewonnen? Vroeg ik me inwendig af. Dan moet ik naar het podium komen, mijn essay komen voorlezen en daarna nog even blijven zitten voor de Q & A! Ik vond het angstaanjagend en totaal opwindend tegelijk. 

Voor de gelegenheid was ik even vergeten dat de “shortlist” uit meer dan dertig inzenders bestond en dat de kans dus vrij klein was dat ik zou winnen. Ook was het verder niet in me opgekomen dat de redactie me vast wel even had gebeld als ik tot die nummers 1, 2 of 3 had behoord. Het is immers best lullig om een prijsuitreiking te organiseren waarbij een of meerdere van de winnaars niet aanwezig zijn.

Het moge duidelijk zijn wie er die avond zonder 1000 euro en een grote illusie armer naar huis afdroop. Wie er wel had gewonnen was Franka Treur. Wiens waanzinnig goed geschreven en dus winnende essay werd gepubliceerd in de NRC Next. En die niet zo heel erg veel langer daarna haar eerste boek uitbracht. Meh.

Als ik nu terugdenk aan die tijd, dan kan ik me niet meer voorstellen dat ik ooit zó opgewonden én teleurgesteld kon zijn over een lullig essay. Tijdens het schrijven van dit stukje heb ik mijn inzending nog eens opgesnord. Niet dat het heel slecht is hoor, maar als ik het destijds aan mijn huige zelf had kunnen laten lezen, dan had ik waarschijnlijk het advies ontvangen: ga nog eens even goed nadenken waarom je mee wilt doen aan deze wedstrijd. En waarom je dit verhaal wilt vertellen. Want: waar gaat het eigenlijk over?

Gesteld dat ik niet anders had gekund dan eerlijk zijn, had ik waarschijnlijk geantwoord: het gaat helemaal nergens over. Ik wil gewoon heel graag gezien worden als schrijver. Ik ben tot in mijn tenen onzeker of ik wel iets kan en snak naar iets of iemand buiten mijzelf die tegen mij zegt: je kunt best goed schrijven Kitty.

Wellicht is dat wel de onderliggende drive onder onze al te menselijke drang naar roem. Het resultaat van een restje kinderlijke en overigens ook volkomen normale behoefte om gezien en gehoord te worden. Wat doe je daar dan mee als volwassene? De kunst is volgens mij om die drive niet te willen onderdrukken, en je er tegelijkertijd niet door te laten verblinden. 

Want hoe meer je al die aandacht en bevestiging van buitenaf kunt relativeren, hoe dichter je kunt komen bij een misschien wel veel constructievere drijfveer. En dat gaat voor mij over contact maken met de wereld om je heen door iets die wereld in te slingeren wat wél ergens over gaat. Waar een ander mogelijk iets aan heeft. Wat dat dan ook moge zijn…

Doe je mee met mijn ochtendritueel? Schrijf je dan hier in en ontvang elke werkdag stipt om 7:00 uur  de ‘vraag van de dag’.

BONUS! Uit de tijd van televisietoestellen

 

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!