Selfie: Baantjes

selfie baantjes

Beeld: Wikimedia

Sinds twee weken begin ik mijn dag met het schrijven van een selfie. Ik doe dat aan de hand van een onalledaagse vraag, de ‘vraag van de dag’. Lees hier mijn antwoord op de vraag van 14 februari 2017:

Wat waren je meest bizarre (bij)baantjes en wat hebben ze je geleerd?

Wonderlijk hoe hele betekenisvolle momenten van je leven totaal uit je geheugen gewist kunnen worden. En hoe je één dagje werken achter de lopende band in de conservenfabriek in Driel maar niet van je netvlies afkrijgt.

Het zal wel komen door de dode kikkers, die ik af en toe vond tussen de vers geoogste sperziebonen en die ik handmatig uit de band diende te vissen. Samen met de dode muisjes. En iets te grote balen gras. Het was in elk geval zwaar werk. Niet fysiek, maar mentaal. Ik kwam erachter dat ik het niet trok om 8 uur lang een en dezelfde handeling te verrichten. Watje, ik.

Een van mijn allereerste bijbaantjes, nog lang voor het uitje naar Driel, was het plukken van aalbessen. Op zich best acceptabel werk als je dertien bent. Lekker buiten enzo en een beetje kletsen met je plukkende medemens. Maar ook dit hield ik niet lang vol. Aan het einde van de dag bleek namelijk dat je werd uitbetaald per doosje. Het precieze bedrag weet ik niet meer, maar laat het een dubbeltje per doosje zijn. En laat ik nou een pluktempo hebben gehad van 10 doosjes per uur. Het resulteerde er hoe dan ook in dat ik met een gulden of acht naar huis ging na een dag werken. Ik was dan wel jong en naïef. Maar ik was verder wel op de hoogte van het jeugd minimumloon. Exit aalbessen. Sowieso exit dingen plukken.

Een van mijn beste bizarre baantjes was een receptiebaantje. Het vond plaats in de receptie van een kantorengebouw aan de Velperweg in Arnhem. Er zaten advocaten en een allergoloog en zo nog wat dingen. Het enige wat ik hoefde te doen was mensen groeten die binnenkwamen. En af en toe tegen iemand vertellen dat de allergoloog op de 4e verdieping zat. Voor de rest: niente. En het betaalde ook best goed. Ik herinner het me nog zo goed door het notitieboekje dat achter de balie lag van de receptie. Nieuwsgierig als ik ben wierp ik een blik in dat boekje en toen kwam ik erachter dat het was volgeschreven door mijn collega uitzendkrachten. Blijkbaar was er een clubje receptionisten die dit werk al veel langer deden en uit verveling dit boekje volschreven met updates uit hun privéleven. Ik smulde ervan! Het was een soort soap. Zelf schreef ik er niks in, uit angst dat ze er dan mee op zouden houden. Ergens voelde ik me wel een voyeur, maar het was te lekker om niet te doen. Weer een stukje wijzer geworden over waar mijn morele grenzen ongeveer liggen.

Veel van mijn bijbanen speelden zich af in de horeca of in boekenwinkels. Waar ik erachter kwam dat serving the public niet erg hoog staat in mijn top 100 van competenties.

Ik herinner me nog een moment in het café waar ik twee jaar lang heb gewerkt. En waar mijn eerdere ervaring in boekenwinkels op zich goed van pas had kúnnen komen. Ergens hoog op een plankje stond namelijk een roman die wij verkochten, omdat deze was geschreven door een van de stamgasten van de kroeg. Het ding stond zo hoog dat het eigenlijk meer onderdeel uitmaakte van het interieur, dan dat het nou serieuze merchandizing betrof. Laat staan dat de verkoop van dat ding tot de vele routines behoorde die bij dit werk kwamen kijken. Niemand vroeg er ooit naar. Totdat iemand er ineens wél naar vroeg. 

“Kan ik dat boek even inzien?” Vroeg de mevrouw. Nou, dat kon wel natuurlijk. Maar daarna kwam het: “Kan ik het boek kopen?” Totaal onthutst stond ik daar. “Huh? Kopen? Uhm. Tja, geen idee eigenlijk. Het staat hier al eeuwen”, luidde mijn zeer eerlijke antwoord. Waarop de dame in kwestie licht geïrriteerd zei: “Nou ja, wat raar, je hebt zo’n boek hier staan en dan weet je niet of het te koop is!”

Ik heb geen idee hoe de conversatie vanaf dat punt verder ging. Want het werd een beetje zwart voor mijn ogen. Ik voelde een enorme woede opkomen. In die opmerking zat zóveel onredelijkheid besloten, vond ik. Want hoe kon ze nou zoiets zeggen terwijl ik al die duizend dingen die er moesten gebeuren op een werkdag in een café – afwassen, glazen wassen, broodjes maken, bier tappen, koffie zetten – me zó goed eigen had gemaakt. En dan durfde zij me te bekritiseren op iets wat voor mijn gevoel totaal irrelevant was voor mijn werk.

Natuurlijk zie ik nu, terugkijkend, dat deze gebeurtenis niet over dat boek ging, of over mijn werk in dat café, maar dat er iets diepers werd geraakt in mij, iets waar ik toen nog geen zicht op had. Iets wat te maken had met afkeuring en wel of niet gezien worden in wie je bent.

Zij zag op haar beurt mijn irritatie, wat ze kon afleiden uit mijn zeer snappy manier van reageren. En ze snapte daar natuurlijk niks van. Waarop ze de legendarische woorden sprak: “WAT IS ER MET JOU AAN DE HAND?”

Tja, goeie vraag. Ik voelde wel dat er inderdaad iets aan de hand was, maar ik kon het haar niet uitleggen. Wat zou ik graag nog eens een kopje koffie met haar gaan drinken nu..

Doe je mee met mijn ochtendritueel? Schrijf je dan hier in en ontvang elke werkdag stipt om 7:00 uur  de ‘vraag van de dag’.

BONUS!

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!