Opstaan uit je persoonlijke goot

Verslaving is zo oud als de mensheid zelf. Wat maakt dat de ene mens erin doorslaat en de ander niet? En hoe kom je er vervolgens weer bovenop? Een gesprek met ex-verslaafde Paul Reijnders en verslavingscounselor Rob Jansen. 

“Wat je altijd hoort is: je moet in je persoonlijke goot gelegen hebben, wil het je lukken om van verslaving af te komen. Voor iedereen is dat anders. Het kan zijn dat je dakloos wordt, dat je je baan kwijtraakt, of dat je je huwelijk hebt verzopen. Bij mij was het toen ik dakloos onder de brug lag in Nijmegen. Uitbehandeld, met een bek vol rotte tanden. Toen brak er iets in mij. Ik was zo depressief, voelde me zo bang en uitgerangeerd en wist dat er iets moest gebeuren.”

Paul Reijnders is 54 jaar en sinds acht jaar clean. Ongeveer net zo lang woont hij nu in een woongroep in Arnhem, die onderdeel is van wooncollectief Casa de Pauw. Een groep van 44 mensen die verdeeld wonen over tien woongroepen in drie verschillende panden, waaronder het kloostergebouw waarin Paul nu huist. Wie het hoofd uit Pauls dakraam steekt heeft uitzicht op de gigantische kloostertuin die de drie panden met elkaar verbindt. Het contrast tussen hoe Paul er nu bij zit en het beeld van de brug in Nijmegen kon bijna niet groter zijn.

interview verslaving

De kloostertuin van Casa de Pauw

Sluipmoordenaar
“De Casa is echt mijn redding”, vertelt Paul. Om dat punt te bereiken heeft hij een jarenlange weg van afkicken en weer terugvallen moeten afleggen. De wortels van zijn alcoholverslaving gaan namelijk ver terug, tot aan zijn jeugd. “Ik groeide op met een vader die alcoholist was. Op mijn 14e ging ik al mee naar de kroeg, waar ik zelf ook dronk.” Die sociale achtergrond speelde volgens Paul zeker een rol. Toch denkt hij ook dat de een meer vatbaar voor verslaving is dan de ander. “Dat je moeite hebt met maat houden, dat zit in je. Wat mij verslaafd maakte is dat ik honderd keer de verkeerde keuze heb gemaakt. Elke keer weer zeggen: het maakt niet uit dat ik er dit weekend tegenaan ga. Het is een glijdende schaal en alcohol is wat dat betreft echt een sluipmoordenaar. Het gaat heel langzaam en op een dag besef je: ik heb het echt nodig.” 

Rob Jansen is 59 en werkt al meer dan twintig jaar in de verslavingszorg, binnen verschillende instellingen. Sinds een kleine twee jaar werkt hij met veel plezier bij SolutionS, in Voorthuizen en Eindhoven, waar hij groepen draait en als counselor een aantal mensen persoonlijk begeleidt. Zelf heeft hij ook een tijdje gedanst op het randje van verslaving. “Ik heb acht jaar lang achter de bar gestaan, waar ik regelmatig dronk. Ook begon ik steeds regelmatiger coke te gebruiken. Op een gegeven moment wist ik precies wie er coke hadden en wie niet, ik raakte er helemaal op ingesteld. Toen wist ik: dit is gewoon fout. Ik verkocht mijn auto en ging voor zeven maanden naar Australië. In die hele periode gebruikte ik niets. Tijdens een afscheidsfeest in Sydney kwam ik echter nog een laatste keer in de verleiding om een lijn te nemen, nadat ik eerst drie keer nee had gezegd. Plaatjes van de tijd in Arnhem dat ik regelmatig gebruikte kwamen terug en toen wist ik: dit is echt niet wat ik wil en toen was het gewoon klaar.”

Verslavings-gen
Ook Rob gelooft dat aanleg een belangrijke factor is in het wel of niet ontwikkelen van een verslaving. “Ik was bezig met het ontwikkelen van een verslaving en was zo gezond om ermee te stoppen. Ik was toen ook al vader en kon geen lijn nemen zonder aan mijn zoon te denken. Dan dacht ik: wat ben je nou voor klootzak? Die lijn zat er dan al in, maar ik voelde me er nooit senang bij. Maar ik ken ook mensen met kids die zich helemaal van de wereld snuiven. Dat ik dat niet heb gedaan is ook omdat ik dat gen niet bij me draag.” 

Genetische aanleg en een niet al te makkelijke jeugd bleken voor Paul precies de juiste ingrediënten om al vanaf zijn 20e een alcohol en coke-verslaving te ontwikkelen. Tot zijn 35e was dat nog enigszins te combineren met een werkend leven. “Ik werkte mee aan het opzetten van een bouwmarkt en het was de bedoeling dat ik assistent-bedrijfsleider zou worden. Ik was niet geschoold, maar had wel de juiste instelling. Ik ben mezelf toen volledig voorbij gegaloppeerd. Het vroeg zo veel van me dat ik nog meer begon te drinken. Toen werd me gezegd: ga eerst maar eens aan je verslaving werken, je krijgt alle tijd en dan word je weer opgeroepen. Dat gebeurde uiteindelijk nooit. Ik werd afgekeurd op verslaving en dat was het einde van mijn werkgeschiedenis.”

Vervolgens kwam Paul in een jarenlange golfbeweging terecht van afkicken en weer terugvallen. Echt bergafwaarts ging het toen hij zijn anti-kraakwoning verliet en ging zwerven in Amsterdam. Uit wanhoop tikte Paul een ruitje in bij de politie, waar ook zijn broer toen nog werkte. Mede dankzij die broer resulteerde het voorval in een crisisopname bij de Jellinek. “Potverdorie, dat is me nog eens een bedrijf zeg! Ik ben daar echt goed behandeld. Het probleem was alleen dat ik geen band had met Amsterdam, dus na de crisisopvang moest ik er weer weg. Ik ging terug naar Nijmegen, verder met zwerven en ging gelijk weer gebruiken.” 

Paul is daarin geen uitzondering volgens Rob. “Verslaving is ontzettend heftig, het wordt niet voor niets een ziekte genoemd. Veel mensen worden clean op wilskracht en houden dat bijvoorbeeld een jaar vol, maar gaan dan vaak weer onderuit. Ze hebben de neiging om het alleen te willen doen en denken: als ik drie maanden niet gebruik kan ik er wel mee omgaan. Meestal is dat niet zo.

Wat ik in al die jaren heb gezien is hoe makkelijk mensen zichzelf weer toepraten richting gebruiken. Bij SolutionS werken we met het 12-stappen programma, bekend van de AA. Hiermee leren mensen dat ze het niet alleen hoeven doen en leren ze om iets te doen met hun gevoelens, om het te delen.

Je moet praten
Dat stuk, het opgenomen zijn in een community en het elkaar ondersteunen in het aanleren van nieuwe gewoonten, dat miste hulpverlener Rob in belangrijke mate binnen de andere instellingen waar hij heeft gewerkt. “Het mooie is: je kunt dit werk niet doen zonder dat je jezelf tegenkomt en dus moet je goed naar je gevoel kunnen luisteren om je grenzen te bewaken. Wanneer je de neiging hebt om alles voor jezelf te houden, dan trek je dat gewoon niet, je móet praten. Mensen die dat niet doen haken af. En dat zeg ik dus ook voortdurend tegen hen die in behandeling zijn. Het sleutelwoord is dat je dat masker van de stoere jongen afzet en dingen deelt met elkaar. Zodra ze dat oppikken, maken ze vaker een enorme ommekeer door.

Gemeenschap

interview verslaving

Schilderij van Paul

Over dat type omslag kan Paul meepraten. “Ik heb heel lang geen veilige basis gehad, dat ervaarde ik voor het eerst binnen woongemeenschap de Casa. Ik ben daar bijna letterlijk naakt voor de deur gaan staan, zo van: dit ben ik. Daar kwam vervolgens zo veel begrip en sympathie uit voort en bereidheid om mij te helpen, terwijl ik niet het gevoel had dat ze constant aan het luisteren waren of ze nog flessen hoorden rinkelen. Ik kon gewoon zijn wie ik ben. Ik kwam er in die groep achter dat ik ook vroeger al een emotioneel jongetje was. Kleine dingen kunnen me heel erg aangrijpen. Als jij nu zegt, ik wil niet dat je een sigaret opsteekt, dan kan dat bij mij snijdend en striemend binnen komen. En daar moet je dus iets mee, maar ik was alleen maar aan het blussen, dempen en constant op zoek naar een roes. Eerlijk zijn en dingen uitspreken lucht op. En het werkt ook nog als je wilt dat andere mensen rekening houden met jou. In zo’n warme betrokken omgeving is er toch minder neiging naar die roes.” 

De ondersteunende kracht van een groep ervaart Rob ook aan den lijve. Zowel in de groepen waarmee hij als counselor werkt, als bij Shambhala meditatiecentrum in Arnhem. “Ik begin eigenlijk nu pas met regelmaat thuis te mediteren, twee jaar geleden kon ik dat nog niet. Ik zoek die club steeds weer op, om de commitment aan te gaan. Als ik maar lang genoeg niet naar Shambhala ga, dan verslapt mijn concentratie.”

Typisch aan verslavingsgedrag, volgens Rob, is om alles alleen te willen doen, terwijl deel uitmaken van een gemeenschap juist het verschil kan maken. “Ik zie dat ook bij cursisten aan wie ik mindfulness geef. Dan zijn ze tijdens de acht weken van bijeenkomsten dolenthousiast en lopen ze met grootste plannen weg. Maar eenmaal thuis zitten ze snel weer in oude patronen.” 

“Wat ik geleerd heb over verslaving is dat het komt in golfbewegingen”, vertelt Paul. “Vooral in het begin van het droog staan was dat moeilijk, ik heb die golven echt moeten leren uitzitten en dan zakt het weer. Dan moest ik de boel tijdens een klussendag hier coördineren en was ik als eerste in ons kroegje waar iedereen zich verzamelt. De drankflessen die daar stonden kwamen dan echt op me af en dan hoopte ik dat er snel iemand binnen zou komen. Dan ging ik maar op mijn handen zitten, om niks te kunnen pakken.

Dagen dat ik denk: verdomme, ik heb zin in drank, worden sporadischer. Ik kan echt merken dat ik acht jaar droog sta, ik heb weer een wil ontwikkeld. En humor! Want dat was waar ik altijd bang voor was als ik zou stoppen, dat ik geen humor meer zou hebben. Ik was altijd de aanjager en clown. Zonder drank zou ik mijn ‘hulpje’ kwijt zijn. Op het moment dat je stopt met drinken gaat je lichaam niet automatisch de stofjes aanmaken waardoor je je goed gaat voelen. Daar gaat een enorme tijd overheen. Dat behaaglijke haal ik nu uit kleine dingen. Als ik een woongenoot tegenkom bijvoorbeeld, en net het goeie antwoord blijk te hebben voor zijn of haar probleem.”

Geïnteresseerd in een human interest verhaal voor jouw bedrijf of organisatie?
Lees hier meer over de mogelijkheden

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!