Ons huwelijk met technologie

‘Bellen doe ik bijna nooit meer, want dat is veel te direct. In principe sms ik liever eerst, of ik stuur een mailtje.’ Deze terloopse opmerking van een collega bij de Boeddhistische Omroep triggerde een geanimeerd lunchgesprek. Het gesprek ging over social media en de waarde van virtuele connecties. De meningen bleven zeer verdeeld, maar over één ding waren we het eens: het telefoongesprek as we knew it is op sterven na dood.

Het is ook één van de vele bevindingen die ‘techno-psycholoog’ Sherry Turkle beschrijft in haar boek ‘Alone together, why we expect more from technology and less from each other’. Turkle doet al jaren onderzoek naar hoe technologie de relaties tussen mensen beïnvloedt. Vooral de digital natives, de huidige tieners en adolescenten, blijken veel last te hebben van telefoonvrees. Ze versturen zonder blikken of blozen 3000 whatsappjes en sms-jes per maand, maar iemand in real time te woord staan is te eng.

Webromance
Ik ben met mijn 36 jaar geen digital native, maar herken me toch in dit fenomeen. Toegegeven: als tiener in het pre-smstijdperk vond ik bellen ook doodeng. Maar dat het geen puberziekte was, bleek in 2010, toen ik een webromance beleefde, waarin mijn telefoonangst weer flink oplaaide. Tijdens een doelloos middagje websurfen stuitte ik op Daemian, een Amerikaanse jongen die op dat moment door India reisde. Ik stuurde hem een ‘casual’ berichtje van tien regels waar ik minstens een uur over deed. Dit resulteerde in een romantisch getinte penvriendschap, à la Sleepless in Seattle, die zes maanden duurde. Eerst met redelijk korte berichtjes via Facebook. Daarna volgde er vele gewone mails, die steeds langer werden. Vervolgens begon ik met het opnemen van gesproken monologen, een soort ‘voiceletters’ die ik hem als mp3 mailde. Op het laatst maakte ik met mijn webcam filmpjes van mezelf, onbevangen babbelend op de bank, waarbij ik natuurlijk wel een aantal ‘takes’ nodig had voordat het goed genoeg was. 

huwelijk_technologie_1112

Foto: Nasa

Het enige dat we niet deden was skypen, oftewel: rechtstreeks met elkaar praten. Vanwege het tijdsverschil van 3,5 uur en de slechte geluidskwaliteit, zeiden we. Ik durfde het toen niet toe te geven, maar nu besef ik dat rechtsreeks praten simpelweg veel te ‘echt’ voelde. Banaal bijna. Ik was bang dat een live gesprek zou onthullen dat we een totale mismatch waren. Of dat ik toch een tikkie minder intellectueel zou overkomen zonder de optie om mezelf te ‘redigeren’.

Beluister het hele verhaal over Daemian in deze radiodocu van Holland Doc. Op Facebook vind je een kort fragment.

Relaties met anderen
Als iets in het leven je kwetsbaarheid blootlegt dan is het wel sociale interactie, vind ik. Technologisch vernuft appelleert enorm aan onze onzekerheden. We gebruiken techniek als verlengstuk van onze natuurlijke vermogens, maar ook als manier om dat wat zwaar of moeilijk voelt te verlichten. We maaien het gras liever met een machine, dan met de hand. Als techniek ons verleidt om complexe sociale interactie te vermijden, dan bezwijken we moeiteloos. Sherry Turkle onderzocht jarenlang hoe mensen aankijken tegen het leven met robots. Zowel tieners als volwassenen die ze interviewde konden zich wel iets voorstellen bij een robot als bejaardenverzorger, een robot als coach, of zelfs een robot als geliefde. En niet alleen bij gebrek aan beter, maar vaak zelfs bij voorkeur! De steeds terugkerende argumenten: ‘een robot maakt geen fouten, stelt niet teleur en doet alles precies zoals ik het wil.’

Maar in het hebben van controle schuilt een groot verlies. Wanneer we onze imperfecties verhullen en confrontaties vermijden, verliezen we ook het vermogen tot verbinding. Want juist mijn kwetsbaarheid zorgt ervoor dat ik me kan verplaatsen in een ander mens, die ook kwetsbaar is, en net zo imperfect als ikzelf. Het boeddhisme leert me in dit opzicht vooral dat ik geen controle heb over het leven en andere mensen. Dat ik hooguit kan leren mijn eigen geest te trainen, zodat ik invloed heb op de manier waarop ik met al dat menselijk gedoe omga. En niet in de laatste plaats: het gedoe met mezelf.

Relatie met mezelf
Wat nieuwe media ook erg goed doen is het verhullen van onze eigen onrust,  verveling en eenzaamheid. Onderstaand bericht uit de Spits! van oktober 2011 spreekt boekdelen:

Spits

Met zo’n provocerende kop kon ik het natuurlijk niet laten een foto van het artikel op Facebook te plaatsen. In het stukje wordt beweerd dat ‘tijdverspilling tot het verleden behoort’ en dat apps ideale ‘wachtverzachters’ zijn.

Wachtverzachters? Muhahaha! Mijn bijdehante bijschrijft op Facebook: ‘Volgens mij wordt ‘iedere minuut van je leven benutten’ hier een beetje verward met ‘niet in staat zijn om te gaan met de angstaanjagende leegte die ontstaat als mensen vijf minuten even niets te doen hebben.’ Ikzelf was op dat moment ook rijp voor de AA: ‘Appgebruikers Anonymous.’

Pema Chödrön schrijft over de behoefte aan constante afleiding en het willen ‘vastleggen’ van wat we ervaren, in haar boek Start where you are: ‘Take the whole teatime just to drink your tea. I started doing this in airports. Instead of reading, I sit there and look at everything, and appreciate it. Even if you don’t feel appreciation, just look. Feel what you feel; take an interest and be curious. Write less; don’t try to capture all in paper. Sometimes writing, instead of being a fresh take, is like trying to catch something and nail it down. This capturing blinds us and there’s no fresh outlook, no wide-open eyes, no curiosity.’

Sherry Turkle spreekt in haar boek ook meerdere keren over het belang van een ‘sacred space.’ Zij doelt hiermee op de tijd en ruimte waarin een persoon simpelweg alleen is. Met zichzelf. Of dat nu leuk is of niet. 

Ikzelf heb dat ironisch genoeg opnieuw geleerd, toen ik eind vorig jaar in een woongroep ben gaan wonen. Daarvoor woonde ik bijna zeven jaar alleen. Mijn huisje was een veilige cocon, waarin ik precies kon doen waar ik zin in had. Op het laatst was dat hoofdzakelijk ‘rondhangen op internet’. Echt alleen zijn, met mezelf, kon ik niet. Met als gevolg de nodige webromances, maar ook een constante en energieslurpende trek naar mijn laptop, die me op elk moment kon voorzien van een shot positieve aandacht en zelfbevestiging. Mijn laptop had nog net geen naam. Nu ik in een woongroep woon heb ik een stuk minder controle over de sfeer waarin ik thuiskom. Mijn heerlijke en imperfecte huisgenoten confronteren me soms enorm met mijn eigen gevoeligheden en gebreken. Maar die live interactie is, leuk of niet leuk, een rijkdom. Tijdens mijn uren in afzondering zit ik nog zelden onderuitgezakt met mijn laptop op de bank alsof het een schoothondje is. Het zal vast niemand verbazen dat ik me een stuk gelukkiger voel.

Moeten we dus allemaal massaal de verkering met onze smartphone uitmaken en onze Facebook accounts dumpen? Nee, want die smartphone kan het ook niet helpen, die doet nu eenmaal precies wat wij vragen. Maar iedereen die zich enigszins herkent in het beeld van de mediajunk kan beginnen met de vraag: wat wil ik nu eigenlijk echt?

Dit artikel verscheen eerder op de website van Boeddha Magazine

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!