Geniet, maar doe het met mate

Er is een trend ingezet door hoogopgeleide, veelal schrijvende mensen: stoppen met Facebook.

Het begon een paar weken geleden met een matig geschreven egodocument van journalist Haroon Ali. In de stijl van een soort confessie-journalistiek, beschreef hij waarom hij zijn Facebookprofiel had gewist. Kort samengevat: omdat hij er aan verslaafd was. Hij kon nergens meer gaan of staan of een gedachte hebben, of het moest even getwitterd of gefacebooked worden.

Een week later stond er in diezelfde krant een licht verteerbaar traktaat van Stine Jensen. Weliswaar had ze haar huidige man op Facebook leren kennen en zat ze er nog steeds op, maar dan toch echt en alleen maar omdat het zo nuttig is. Want ‘echte vrienden’ kun je volgens Jensen niet hebben op Facebook.

Vervolgens dacht Joost Zwagerman origineel te zijn door Facebook eerst enorm de hemel in te prijzen, om tot slot uit te leggen waarom hij zijn account toch had opgeheven. Hij had het gevoel dat er teveel tijd aan verloren ging, juist omdat het, in zijn woorden, zo’n cultureel paradijs is.

Kitty en de iphone

Ik en mijn beste vriendje

Massamedium
Blijkbaar vindt de Volkskrant de mening van deze mensen erg belangrijk. Maar hoe representatief is het perspectief van deze publicisten, wanneer zij allen toegeven een hoeveelheid vrienden te hebben die oploopt tot in de honderden? Alledrie zijn het publieke figuren die het sociale netwerk vermoedelijk meer als een massamedium beleven. Een podium waar zij in hun eentje op staan, om een hele zaal vol Facebookers te entertainen. Dat terwijl Facebook voor de meeste mensen gewoon een (gedeeltelijk) besloten verlengstuk is van hun fysieke netwerk.

IJdelheid
Wat deze drie intellectuelen ook met elkaar gemeen hebben is een grote mate van zelfbewustzijn. Ze zijn gewend aan het feit dat wat zij doen opgemerkt wordt. Als schrijvers zijn ze erin getraind om zich te verplaatsen in hoe ze overkomen op anderen. In die zin zijn ze constant toeschouwer van hun eigen ijdelheid. Een eigenschap die door de komst van sociale media ineens veel tastbaarder is geworden.

Dolk van Wilma de Bock

Tekening door Wilma de Bock

Vroeger ging je naar feestjes, dronk je wat, werd je per glas steeds iets koketter en dacht je de volgende dag dat je een hele leuke avond had gehad. Nu blijft alles wat je online doet voor altijd oproepbaar. Het nalezen van je eigen updates of tweets is in die zin een soort blik in de spiegel: “Mijn God, wat twitter of facebook ik eigenlijk toch veel.” Dat resulteert in een niet altijd even prettige aanblik, te zien hoeveel je nu eigenlijk precies kickt op die aandacht.

The messenger is the message
Alle pleidooien ter afschaffing van Facebook zeggen in mijn ogen vooral iets over de pleiters zelf. Als redacteur kan ik erover meepraten. Wanneer het je beroep is om catchy oneliners te bedenken, dan doe je dat op Facebook natuurlijk niet anders. Soms denk ik bijna in tweets of updates: hoe kan ik deze film, dat boek, of mijn dag terugbrengen tot 140 verleidelijke tekens? En ja, soms denk ik ook wel eens dat het beter zou zijn om er maar helemaal mee te stoppen. Simpelweg omdat het confronterend is om te merken dat je moeite hebt om maat te houden.

Het kind
Maar moet ik er dan maar voor weglopen en het kind met het badwater weggooien? Ik dacht het niet. Ik ben te nieuwsgierig naar de mogelijkheid om goed te leren omgaan met deze nieuwe werkelijkheid. Want ook al gooien Ali, Jensen en Zwagerman de handdoek in de ring, sociale media waaien niet over. De rol van digitale communicatie in ons leven zal alleen maar groter worden en niet afnemen. Het is dus zinvoller en realistischer om te zoeken naar een manier om er mee om te gaan. Na te denken over wat we de jonge generatie willen leren over 24/7 online zijn en het aangaan van virtuele contacten.

Een alternatief
In dat kader neemt Zadie Smith, in een artikel waar Zwagerman naar verwijst, een interessant standpunt in. Zij constateert dat Facebook in potentie een prachtig medium is, maar betreurt het dat de software zo infantiel in elkaar zit. Onze emoties die worden teruggebracht tot een simpel ‘vind ik leuk’. Een lelijk vormgegeven interface waar je niets aan kunt veranderen. Een platform, kortom, dat ons voor een groot deel dwingt om onze creativiteit dienstbaar te stellen aan de software. In plaats van andersom.

Dit soort geluiden zou ik eigenlijk vaker willen horen van de mensen met een groot publiek. Facebook bekritiseren is een goede zaak. Maar 1 ding vergeet men: te komen met een voorstel voor een beter alternatief.

Lees ook de soortgelijke blogs van publicist Anton de Wit en schrijver Ivo Victoria.

 

Verspreid het woord:

Er zijn 2 reacties

  1. Daemian

    Your stuff has won me — it’s truly winning, K. Very well done. Wow.

    A professor of mine, in literary theory, who turned out to be a formative mentor for me, once told the lecture hall the following to explain his grading scale: he told us that a C was respectable for the course assignments, and a B meant that the submission was excellent … there would not be many A’s, however, because in order to get an A the work had to make he or his assistants wish they had written it themselves. This anecdote came to mind as I read this.

    Discarding the image of me grading you 😉 although all readers do grade what they read, I would mark your stuff …

    A!

    \D)

Ik hou van dialoog!