De verhalenverteller in ons brein

Mensen hebben de neiging om van alles wat ze zien, meemaken en voelen een verhaal te maken. Geef mij vier zinnen over vier los van elkaar staande situaties en mijn brein gaat op zoek naar het onderliggende verband. Is dat er verband er feitelijk niet? Dan verzint het brein het zelf wel.

Die conclusie zou je tenminste kunnen trekken, aan de hand van een experimentje dat ik vorige week deed onder mijn facebook vrienden. Ik deelde onderstaande animatie op mijn tijdlijn met de tekst: bekijk dit filmpje en vertel me wat je hebt gezien.

Dit waren de reacties: 

“Ik heb gezien: de gevolgen van het dominantie-gedrag van een groter driehoekje…”

“Ik zag een een vader die z’n gezin terroriseerde”

“Ik zie een grote driehoek die wordt gepest en vervolgens niet met zijn agressie om kan gaan.”

“Een gevaarlijk driehoekje dat uitbreekt.”

“Huiselijk geweld.”

Een facebookvriend die bekend staat om zijn droge humor zei: “ik ben op 0:57 afgehaakt zo gruwelijk vond ik het.”

In de avond kwam er via whatsapp nog een reactie van een vriend:

Onze fantasie heeft blijkbaar niet veel input nodig om tot super gedetailleerde verhalen te komen.

Heider & Simmel
Ik heb dit experiment natuurlijk niet zelf verzonnen. Al in 1944 kwamen de psychologen Fritz Heider en Marianne Simmel op het idee om te onderzoeken of het vertellen van verhalen een universele functie is van ons brein. Ze lieten deze animatie zien aan 114 mensen. De reacties van de deelnemers waren vergelijkbaar met die van mijn vrienden. Slechts 3 mensen gaven een soortgelijk antwoord als de aanvankelijke reactie van mijn vriend op whatsapp. Alle andere deelnemers kwamen met hele soaps op de proppen: er werd met deuren gesmeten, het kleine driehoekje was getrouwd met het rondje en de grote driehoek was de schurk.

Patronen ontwaren
Dit ene experiment is misschien geen keiharde wetenschap, maar het toont wel de mogelijkheid aan van een soort storytelling appje op onze harde schijf.

Volgens Jonathan Gottschall, schrijver van het boek The Storytelling Animal, is het mechanisme dat verantwoordelijk is voor dit gezichtsbedrog onontkoombaar en vormt het de basis voor ons storytelling appje, namelijk: in alles wat er op ons afkomt als mens probeert het brein patronen te ontwaren.

Wanneer die patronen er feitelijk niet zijn, ook dan verzint het brein ze wel weer. Die projecties zijn eerder fout-positief dan fout-negatief, volgens Gottschall. Met andere woorden: we ontwaren die patronen bij voorkeur om onze (al dan niet kloppende) aannames bevestigd te zien in plaats van dat ze weerlegd worden.

martian face viking

Beeld: NASA

Als jij net als de meeste mensen bent, dan meen je vast en zeker ergens in bovenstaand plaatje een gezicht te zien. Toen deze foto, geschoten door de Viking I in 1976, werd gepubliceerd was dat voor sommigen zelfs het bewijs van een menselijke beschaving op Mars. Op de versies met hogere resolutie kwam naar voren dat het gezicht niet meer was dan een Martiaans heuveltje. Jammer hoor.

Verhalen als overlevingsmechanisme
Volgens Jonathan Gottschall is die verhalenmodule in ons brein een cruciale aanpassing van de mens als soort, om te overleven. “Het zorgt ervoor dat we onze levens ervaren als coherent, geordend en betekenisvol en dat het leven meer is dan een brei van verwarrende input”, zegt hij. Blijkbaar hechten we meer waarde aan een gevoel van coherentie, dan aan de waarheid.

Waar zou ‘m dat in zitten?

Misschien heeft die hoge mate van subjectiviteit in hoe wij onze ervaringen ordenen en vervolgens ook weer delen met anderen een belangrijke functie. De verhalen die we dagelijks met elkaar uitwisselen, aan de eettafel, bij het schoolplein of in de kroeg, hebben niet als doel om een ander te informeren over een of andere objectieve werkelijkheid. Ze hebben eerder een sociale en emotionele functie. Ze veroorzaken gevoelens van begrip en verbinding tussen mensen, die in wat voor constellatie dan ook met elkaar door één deur moeten. Het is een principe dat ook op grotere schaal doorwerkt. Een objectief beschreven gebeurtenis in Aleppo doet ons niet zoveel, omdat het om pure informatie gaat die inmiddels allang niet nieuw meer is. Maar toon mij een video van een inwoner van Aleppo, die net zijn familie heeft zien omkomen in een bombardement, en ik barst in tranen uit. 

Wat dat betreft vind ik het experiment wel geruststellend en ben ik blij dat we vanuit de ervaringen die wel zelf al kennen zo makkelijk empathie kunnen opbrengen voor de situatie van een ander. Aan de andere kant kun je je afvragen of dat niet net zo goed de andere kant op werkt. Want als we in het waarnemen van de werkelijkheid steeds op zoek gaan de patronen die we al kennen, leidt dat potentieel ook tot conflict en oorlog. Het zorgt er immers voor dat we in ons oordeel over ‘de ander’ blijven vastzitten, omdat we steeds het bewijs van ons gelijk over de ander blijven zien in wat we waarnemen. 

Hoe het ook zij: ik ben best blij met al die subjectieve en fantasierijke vrienden. Want hoeveel lol blijft er over als we de wereld alleen nog maar zouden kunnen waarnemen en beschrijven in geometrische termen? 

Verspreid het woord:

Ik hou van dialoog!