The Shallows

Ik heb laatst een boek uitgelezen. “Oh”, zul je zeggen, “dan was het vast een goed boek.” Inderdaad, het was een erg goed boek. Een leuk geschreven, goed opgebouwd, toegankelijk en interessant boek. Het type boek dat je vroeger in één adem uitgelezen zou hebben. Alleen, dat liep net even anders…

Sterker nog: als er zoiets bestaat als het tegenovergestelde van “een boek in één adem uitlezen”, dan heb ik dat zojuist gedaan. De dag dat ik het boek kocht en begon met lezen was ergens in oktober 2010. Vaak las ik kleine stukjes in de trein, ’s ochtend vroeg, tussen Utrecht en Hilversum. Ik moest er dan wel even in komen, want het was alweer minstens een dag geleden, soms een heel weekend, dat ik er voor het laatst in had gelezen. Bovendien moest ik constant de neiging onderdrukken om mijn iPhone te checken op berichten. Het duurde vaak tot ver voorbij station Utrecht Overvecht voordat ik de concentratie gevonden had. Maar was dat eenmaal gelukt, dan begonnen mijn gedachten te stromen.

Tekening door Wilma de Bock (2005)

Zelf denken
Dingen die in het boek stonden riepen herinneringen op aan dingen die ik eerder had gelezen, of waar ik zelf ooit over na had gedacht. Starend uit het raam liet ik mijn gedachten de vrije loop en soms ontstonden er nieuwe, door mijzelf gegenereerde ideeën. Ik toetste deze gedachten op hun waarheid, door mijn brein af te scannen, op zoek naar voorbeelden waarop ik het idee kon toepassen. Situaties die ik zelf had meegemaakt en die ik opnieuw opriep, maar nu met dat nieuwe idee in mijn achterhoofd. Een inzicht dat een nieuwe dimensie liet zien van een herinnering of idee die tot dan toe statisch leken.

Het is een ervaring die zich het beste laat omschrijven als ‘zelf denken’. Een daad van creativiteit. Te vergelijken met de voldoening die een tekenaar moet voelen nadat hij een briljante lijn heeft gezet. Een lijn die het plaatje vervolmaakt. Het soort idee dat je opschrijft in een opschrijfboekje.

Tegen de tijd dat de gedachte op papier stond was ik meestal aangekomen in Hilversum. Tijd om uit te stappen, naar mijn werk te lopen en over te gaan op de orde van de dag. Ondertussen had het idee me wel zodanig vervuld met energie, dat ik me stellig voornam om na mijn werk verder te lezen. En als ik dan te moe zou zijn, zou ik het in het weekend doen.

Prikkels en ‘strokes
Maar nooit kwam dat er van. Wanneer ik na mijn werk in de trein terug naar huis zat was ik doodop. Moe van alle prikkels die er op me af waren gekomen. Moe van een 8-urige werkdag op kantoor. Acht uren, in elk waarvan ik ongeveer 12 keer op mijn Facebook had gekeken, met een eindscore van 96 keer op een dag. Gelukkig kan ik als webredacteur die met social media werkt nog zeggen dat het bij mijn werk hoort. Maar eerlijk is eerlijk, het leidt wel een beetje af.

Ook mijn mailbox had een enorme aantrekkingskracht op me. Dat komt vast doordat het programma bij iedere nieuwe mail onmiddellijk een subtiel, maar duidelijk hoorbaar geluidje afgaf. Een geluidje zo onweerstaanbaar, dat ik direct wilde kijken wie er nou weer had gemaild. Geen moment stond ik er bij stil dat je in kunt stellen hoe vaak in het uur je mailprogramma nieuwe berichten ophaalt. Sterker nog: dat het onweerstaanbare geluidje uit kan.

Hoe graag wil ik afdalen in de encyclopedie van mijn eigen geest, waarin niet de hyperlinks de route bepalen, maar mijn eigen denkkracht en persoonlijke associaties?

Op een standaard werkdag had ik dus duizend-en- één dingen tegelijk gedaan. Op elke prikkel gereageerd, op elke mail een antwoord geschreven. Acht uur lang had ik me suf gesurft. Van alles opgezocht met Google. Klikkend, van link naar link, van Wikipedia naar Wired, braaf gehoor gevend aan de nieuwsgierigheid die een embedded link in me oproept. En ja, die 96 keer dat ik mijn Facebook checkte, resulteerden toch zeker wel in twee, of drie momenten van korte extase. ‘Strokes’, noemen ze dat in de psychologie; een aai over je bol, een bevestiging van het feit dat je bestaat.

Verslaafd
Maar waar leidt het volgen van die prikkels toe? Als ik kan kiezen uit een oneindig aantal bronnen op het web en zelf kan instellen of mijn mailprogramma geluidjes maakt en zo ja, met welke frequentie, waar trek ik dan de grens? Wanneer ontstaat er een overkill aan informatie? Die vraag had ik mezelf nog niet gesteld. Maar dat het tijd was om dat wel te doen was duidelijk. Want had ik in die acht uur tijd ook maar één van de vele prikkels de ruimte gegeven zich te ontvouwen? Zich een weg te banen door mijn eigen hoofd, in plaats van het web? Op zoek naar een gevoel van herkenning in mijn eigen referentiekader, mijn persoonlijke Wiki, op zoek naar de in mij aanwezige kennis en inzichten. Om misschien wel te komen tot iets nieuws?

Niet of nauwelijks. In feite was ik verslaafd aan de prikkels en de strokes. Maar zoals dat gaat met verdovende middelen voelde ik me aan het einde van de dag vooral murw geslagen, hongerig naar meer. In de trein kon ik hooguit nog een beetje luisteren naar een van de podcasts op mijn iPhone. Maar zelfs dat viel niet mee. Want wanneer ik overstapte in Utrecht centraal, op weg naar Arnhem was het namelijk al bijna drie kwartier geleden dat ik voor het laatst mijn Facebook, Gmail en Twitter had gecheckt. Dus terwijl ik naar de podcast op mijn iPhone luisterde, ging ik de drie apps op diezelfde iPhone één voor één af, om te kijken of iemand me nog had gemaild. Als ik mijn Facebook, Gmail en Twitter ook tegelijkertijd zou kunnen checken, dan had ik het gedaan.

Paradijselijke tijd
Van mijn plannen om het boek in het weekend verder te lezen kwam niet veel terecht. Ik begon de ochtend met een koffie en, inderdaad, het checken van mijn Facebook, Gmail en Twitter. Voor ik het wist was ik twee uur verder. Nadat ik drie vrienden had gemaild, op vijf updates van Facebookvrienden had gereageerd en een link op mijn eigen profiel had geplaatst, liep ik nog even de laatste Tweets na. Hier en daar ‘delete-te’ ik een follower. Hier en daar voegde ik er eentje toe. Tegen de tijd dat ik mijn boek erbij wil pakken voelde ik me onrustig en had ik zin in de volgende prikkel. Bovendien was het alweer tijd voor de afspraak die ik een week ervoor, via Facebook, had gemaakt. Voor het uitlezen van het boek was ik dus aangewezen op het traject Utrecht-Hilversum. Dat korte stukje paradijselijke tijd, waarin mijn geest nog blanco en ontvankelijk was.

Het was dan ook ergens halverwege januari, toen ik de laatste bladzijde van het boek omsloeg. Op dat moment wist ik al dat ik er over ging schrijven. Maar ik besefte ook dat dit nog wel even zou duren. Het wachten was op een rustige zondagmiddag. Een middag zoals deze, zonder afspraken, volgend op een ochtend waarin alle online profielen zijn doorgeploegd en ‘uitgelezen’. Dit moment was zo’n felbegeerd stukje paradijselijk tijd waarin ik zelf kon gaan denken. Dit was het moment waarop ik een beetje angstig mijn internetbrowser afsloot en de texteditor opende.

Cover van The Shallows, door Nicholas Carr

Cover van The Shallows, door Nicholas Carr

Wat internet met onze hersenen doet
‘Het boek’ in dit verhaal is geschreven door Nicholas Carr. Het heet The Shallows, met als ondertitel: What the internet is doing to our brain. In dit boek verkent Carr de stand van de neurologische wetenschap, op zoek naar het bewijs dat internet de structuur van onze hersenen fundamenteel verandert. Een verandering die maakt dat we steeds slechter in staat zijn om ons langdurig op één ding tegelijk te concentreren. Bijvoorbeeld het lezen van een Engelstalig non-fictieboek met ingewikkelde informatie over de structuur van hersenen. Dit boek dus.

Onze hersenen passen zich feitelijk aan onze dominante bezigheden aan. Hoe meer je je hersenen traint om te reageren op elke prikkel die langsafkomt, hoe zwakker je vermogen om prikkels te blokkeren en je te concentreren op een taak die diepe concentratie vereist. Onze aandacht beweegt zich razendsnel over de oppervlakte van dat oneindige web vol informatie. Tegelijkertijd kunnen we onze aandacht steeds minder goed bij één ding houden. In feite is Carr’s boek een verklaring waarom het mij zo veel moeite kost om dit boek van kaft tot kaft uit te lezen.

Is dit erg?
Een vraag die Carr, wellicht bewust, onbeantwoord laat is of we hier om moeten treuren. In zijn boek besteedt Carr veel aandacht aan de geschiedenis van media door de eeuwen heen. Dat biedt enige relativering. Zo werd de komst van het door mij zo begeerde boek lang niet door iedereen bejubeld. Sommige filosofen zagen de boekdrukkunst als het begin van de teloorgang van het menselijk geheugen. Nu we alles konden opschrijven en kopiëren hoefden we geen moeite meer te doen om mondeling doorgegeven kennis te onthouden. De intelligentsia van die tijd waren bang dat de mens op den duur op zou houden met denken. De onderliggende veronderstelling werd eeuwen later opnieuw verwoord door mediatheoreticus Marshall Mcluhan. Hij stelde dat het gebruik van een bepaalde technologie altijd gepaard gaat met de ‘amputatie’ van een menselijke vaardigheid.

Afkicken dan maar?
Een moraal ligt hierin niet besloten. Het altijd online zijn lijkt een blijvend fenomeen, behorend tot de loop der dingen. Verder bestaat er voor zover ik weet geen onomstoten waarheid die zegt dat mensen na moeten denken. Carr constateert dat we als mensen aantoonbaar veranderen door de alomtegenwoordige aanwezigheid van het web. De meest relevante vraag is dus: wil ik dat laten gebeuren?

Hoeveel waarde hecht ik persoonlijk aan de vaardigheid om weg te zinken in een boek? Hoe graag wil ik afdalen in de encyclopedie van mijn eigen geest, waarin niet de hyperlinks de route bepalen, maar mijn eigen denkkracht en persoonlijke associaties? Stuitend op zelfverkregen inzichten. Ideeën die niet kant en klaar op internet vindbaar zijn, maar die in mijzelf ontstaan.

 In ieder geval bekoort het me nog genoeg om me aan te sluiten bij de “Facebookaholics” en dit bewustwordingsproces te delen met mijn virtuele vriendenkring. Mijn Facebook check ik tegenwoordig nog maar eens in het uur.

Verspreid het woord:

Er zijn 11 reacties

  1. Emma

    Ik heb gehoord dat ik dit boek ook moet lezen. Maar ik heb een vette stapel naast mijn bed liggen en geniet nu heerlijk van Harry Potter deel 4. Op mijn e-book reader. 🙂

    1. Kitty

      Hee, heb net ook een geeky wordpress vraag op jouw blog gepost.

      Die FB-Twit-Linkedin share dingen. Het is een plugin, genaamd:
      “Really simple Facebook Twitter share buttons”

      Via je wp dashboard ga je naar ‘plugins’ en dan ‘add new’.
      Je kunt dan de bovenstaande naam invoeren en dan kun je ‘m in 1 klik installeren.
      Vervolgens staat de plugin dan in het rijtje onder ‘settings’, onderaan in de linkerkolom van je dashboard. Daar kun je een aantal dingen aanpassen. Of ze onderaan of bovenaan moeten verschijnen, etc.

      Enige nadeel: je komt er niet achter wie er ‘geliked’ hebben…ik niet althans.

      Er zijn veel van dit soort plugins…je kan er ook even mee experimenteren, welke je het liefst wilt.

  2. Emma

    Mijn dank is groot!
    En ja, ik zag jouw ‘bloggers onder elkaar’ vraag, en ik heb erop gereageerd. Vergeet niet mijn nieuwe post te liken, of te tweeten, of twiken of leeten.

  3. Emma

    Ik heb je artikel eindelijk eens echt gelezen. (Werd eerder afgeleid door mijn twitter, facebook en gmailchat. Kuch.) Nice!
    En ik ben blij dat ik je stats even heb verbeterd! 😉

    1. Kitty

      Ha ha, average time is nu 8:31!
      Gewoon langere blogjes schrijven;-)
      En over die share-app, ik was even geswitched naar een andere, maar die beviel niet omdat je geen comment bij de FB like kon typen. Maar deze werkt nu weer prima.

Ik hou van dialoog!